Een gezonde toekomst voor de Drentsche Patrijshond

DNA-toepassingen

IMG_6626Met behulp van genetische testen op basis van pcr (polymerase chain reaction) is het genotype vast te stellen, onafhankelijk van leeftijd van het dier of ziektestadium, uit monstermateriaal, zoals haarwortels, wangslijmvlies, bloed of sperma. Middels het genotype kunnen zowel aangedane dieren, dragers, als niet aangedane dieren worden geïdentificeerd. Dit geeft fokkers meer mogelijkheden bij het maken van een verantwoorde keuze van een paringspartner voor hun fokdier(en). Hierdoor kan voorkómen worden dat er nakomelingen geboren worden die lijden aan een erfelijke ziekte en zo kan het dierenwelzijn verbeterd worden.

Op het moment zijn er ruim 1300 moleculaire genetische tests beschikbaar voor erfelijke ziekten bij hond en kat die wereldwijd worden aangeboden in 43 verschillende laboratoria [Slutsky, Raj et al. 2013].
U vindt een overzicht van de beschikbare genetische testen onder andere via ‘Canine and Feline Hereditary Disease (DNA) Testing Laboratories’ (een project van de WSAVA Hereditary Disease Committee – http://research.vet.upenn.edu/Default.aspx?TabId=7620, (Vet Journal WSAVA)). Test specifieke informatie vindt u op de website van de diverse laboratoria die de DNA-testen aanbieden, in Nederland zijn dat de Universiteit Utrecht en het Van Haeringen Laboratorium (http://www.vhlgenetics.com/nl-nl/onzediensten/dnatesten.aspx). Vanuit Nederland wordt ook veel gebruik gemaakt van het Duitse Laboklin: http://www.laboklin.de/

Bij kruisingen is het mogelijk om op basis van uitgebreid DNA-onderzoek vast te stellen welke hoofdrassen aan de basis staan van de betreffende hond. Daarnaast wordt DNA-onderzoek ook toegepast voor ouderschapscontrole.

Ouderschapscontrole
Correcte ouderschapscontrole vraagt allereerst om zorgvuldige identificatie en registratie van alle individuen (ouderdieren en nakomelingen) bij afname van het monstermateriaal.

De kans dat een onjuiste afstamming met behulp van DNA niet wordt opgespoord, is zeer klein. De betrouwbaarheid neemt af bij de afwezigheid van een ouderdier of wanneer het DNA-patroon van een ouderdier gereconstrueerd moet worden. Hiernaast wordt de betrouwbaarheid van een resultaat beïnvloed door de genetische variatie in de populatie. De DNA-markers die gebruikt worden voor ouderschapscontrole en identificatie leveren geen informatie op over eigenschappen zoals kleur en kwaliteit of over de aan-/afwezigheid van erfelijke ziekten.

Het patroon van DNA-markers is uniek voor een bepaald dier, zodat bij twijfel over de identiteit het DNA-patroon vastgesteld kan worden om de identiteit te bevestigen.

Wetenschappelijk onderzoek naar (nieuwe) genetische aandoeningen.
Door gezondheidsgegevens en DNA-profielen van zieke en ziektevrije dieren met elkaar te vergelijken is de genetische achtergrond van een aandoening na te gaan en kan een DNA-test ontwikkeld worden.
Naast diverse rasspecifieke initiatieven is er ook een DNA bank in oprichting bij de Raad van Beheer in samenwerking met het Expertisecentrum Genetica van de Faculteit Diergeneeskunde. Op de pagina van de Faculteit Diergeneeskunde vindt u oproepen voor materiaal voor specifiek DNAonderzoek.

De wetenschap koppelt variatie in het DNA aan ziektebeelden. Door het in kaart brengen van de verschillen in het DNA tussen dieren die gezond zijn en dieren die drager of lijder zijn van een bepaalde erfelijke ziekte kan vastgesteld worden op welk gen en op welke positie een mutatie in het DNA is ontstaan die de erfelijke ziekte veroorzaakt. Betrouwbare diagnostische tests zijn op deze oorzakelijke mutaties gebaseerd. Vaak is de relatie tussen een gen en een ziektebeeld bekend van andere diersoorten en de mens. Dit leidt normaal gesproken tot publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Vaak zijn deze artikelen gebaseerd op een enkel ras.

Mutaties die beschreven en gevalideerd zijn in één ras kunnen ook voorkomen bij andere rassen. Vaak wordt dit niet meer gepubliceerd in wetenschappelijke artikelen. Het voorkomen van deze mutaties in andere rassen wordt vastgesteld door laboratoria die de testen uitvoeren. Het is niet eenvoudig om te bepalen hoe betrouwbaar een bepaalde test voor een bepaald ras is. Laboratoria bieden een test aan indien deze wetenschappelijk gepubliceerd is of omdat de mutatie in dit ras vastgesteld is door een van de laboratoria (Van Haeringen Laboratorium).

Bron: Richtlijn Veterinair handelen inzake welzijnsrisico’s bij honden en katten met erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken. – Houten : Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, versie 1.0 8 oktober 2015. – p. 28-30

Bankrekening

Crelanbank, bankrekening BE67103042691687 t.n.v. “Fokken zonder Gokken” ovv “Ik stort…”

Translate:

Vertaalservice

Drentsche patrijshonden worden ook buiten Nederland steeds populairder. Ook daar is interesse in de gezondheid van het ras. Daarom bieden we via Google Language Translator een vertaalservice. Niet perfect, maar beter dan niets!

Deel deze pagina

Facebooktwittergoogle_plusmail

Recente reacties

    Teller (vanaf 27-10-2015)

    • 1
    • 52
    • 412.544
    • 90.574
    Translate »